Archief voor december, 2009

Pijltjes schieten

31 dec 2009

Vroeger, in de jaren tachtig, de tijd waarin iedereen rondliep met smurfensnot in plastic boterhammenzakjes en je niet hip was zonder lolobal, je-weet-wel: zo’n Saturnus met ringen die te strak zitten, toen kon een jongen zich nog een lange zomerdag vermaken met een gele Pvc-buis van een meter lang.

Je stond erop te kijken hoe je vader hem afzaagde. Dan was de pijp nog niet klaar, want eerst moesten de uiteinden worden geschuurd, anders kreeg je schrale lippen van de PVC-splinters. Dan gaf vader je uitleg over het rollen van de pijltjes, een heel precies werkje waarvoor niet elk tijdschrift geschikt was. Glossy was niet goed, want spuug trekt niet in dat papier. Krantenpapier was niet goed, want dat werd al snel papier-maché en dan kwam de pijp verstopt te zitten.

Met een perfecte pijl, meestal door vader gemaakt, kon je een lange tijd spelen. Later lukte het mij om zelf pijlen te smeden. Dan was het niet erg als er pijlen verloren gingen, omdat je ze bijvoorbeeld in het horretje voor het slaapkamerraam van de buurvrouw schoot.

Wij woonden dichtbij het bos. Met enkele vrienden trokken we, gewapend met onze Pvc-buizen en een voorraad folders, de bossen in om oorlogje te spelen. Ik had weinig folders bij me, ondanks dat JA/NEE stickers nog niet bestonden was de oogst die week schaars. Ik vond uit dat je ook dunne takjes kon lanceren met de Pvc-buis. Gewoon een tak erin, een flinke zwiep en dan schoot het projectiel het bos in.

Ik weet nog goed dat één van onze vriendjes die middag een tak in zijn oog kreeg. Het bloedde heel erg hard. Ik riep het hardste dat ik het niet was geweest die raak had gegooid, alsof ik niet verantwoordelijk was voor wat mijn uitvinding had aangericht. Dat is trouwens wel toepasselijk met zo’n naam als Werner. Wernher von Braun ontwierp niet alleen de Apollo raket, waarmee de Verenigde Staten naar de maan gingen, hij bouwde ook de V1 en de V2 raketten voor Hitler; het Derde Rijk legde er London mee in de as.

Enkele zomers later nam ik afscheid van de Pvc-buis. Het leuke was eraf. De onschuldige papieren pijltjes werden soms voorzien van spijkers, zodat ze in de bast van een boom konden worden geblazen, of in een been, zoals bij mij. Ik kreeg een pijl met een roestige spijker in mijn bovenbeen. Het vriendje dat hem daar had geblazen deed het in een vlaag van woede. Boos liep ik terug naar huis. Later sprak ik hem, maar toen hij niet liet blijken spijt te hebben, zijn we niet lang vrienden gebleven.

Onlangs maakte in een Pvc-buis op lengte voor mijn zoon van vijf. Het kostte me toch weer moeite om de pijltjes goed te krijgen. Hij was zijn interesse al snel weer kwijt. Misschien is dat ook wel het beste.

Oud en Nieuw nervositeit

31 dec 2009

Ik lig in bad op temperatuur te komen, want ik heb het koud. Niet omdat de NS me vanochtend langer dan een uur in de kou liet staan omdat de bovenleiding niet tegen ijzel kan, maar omdat ik stijf sta van de zenuwen en dat heeft alles te maken met oudejaarsdag.

Elk  jaar zie ik weer op tegen 31 december. Het begint al als de houten kistjes met rode wijn en champagne binnen worden gereden door een klein leger vrolijke accountmanagers. De bedoeling erachter is zo fout dat ik ze graag zou willen berechten tot het ontvangen van de drie geesten van Charles Dickens, maar je doet er niets aan.

Het aftellen begint pas goed als overal jaarlijstjes verschijnen. Wie is er overleden? Wie is er gescheiden? Wie is er getrouwd? Je kan een jaar besteden aan het doornemen van alle jaaroverzichten. En ben je de ranglijsten beu, dan kun je beginnen aan het opstellen van goede voornemens. Dat is het eerste waar ik overheen kots na het oplopen van mijn oudejaarsavondkater: het lijstje met goede voornemens.

Het afsteken van vuurwerk begint al dagen voordat het mag. De frequentie waarmee knallen klinken loopt met het uur op. Midden op de dag worden er al vuurpijlen afgestoken, zonder het gewenste effect te bereiken. De gekleurde lichtflitsen moet je er zelf maar bij fantaseren. Kinderen en huisdieren durven de straat niet meer op, terwijl honderden duizenden euro’s tot ontploffen worden gebracht, zogenaamd om de slechte geesten te verjagen. Nou, ze lopen allemaal nog buiten.

Op kantoor loopt nu en dan een verdwaalde collega over de uitgestorven gang. Als ik dat zie begint mijn stress pas echt. Wat doe ik hier nog? Iedereen een fijne jaarwisseling wensen, als je denkt dat je ze niet meer ziet dat jaar. Kom je ze even later weer bij de toiletten tegen. Omdat het geen zin heeft om de dag vol te maken gaan we allemaal vroeger naar huis, maar om wat te doen? Dan zit je thuis en je moet nog tot middernacht.

De oliebollen. De kraam staat er al dagen, terwijl de vaste bezetting heerlijke bollen staat te fabriceren, die niemand koopt. Op de grote dag zelf zitten die hardwerkende lui ook liever thuis en worden de vette frituurballen in de olie gegooid door Piet Uitkering en Natasha Achterstandsmoeder. Je staat een halfuur in de rij. Na één oliebol zit je vol, maar er wordt gezegd dat het erbij hoort en je wil niet flauw doen, dus je dumpt nog een deegbol in het kolkende maagzuur. En je wil wel maagtabletten gaan kopen, maar je weet niet tot hoe laat de winkels open zijn, want dat is ook altijd weer gissen.

Ik kan er echt niet tegen, die lange oplading van spanning die tot ontlading komt om twaalf uur. Wat stelt het nou voor? Als wij elkaar Nieuwjaar wensen (nog zo’n duffe gewoonte trouwens), leeft de helft van de wereld nog in het vorige jaar. Nu ik dit schrijf leven mensen uit acht tijdzones al in 2010.

Voordat het twaalf uur is ga je vijf keer naar het toilet, want je wil er niet zitten als het middernacht is. Mijn vader ging altijd in de laatste minuut, dan werd ik nerveus omdat hij de jaarwisseling zou missen. En als het zover is springen de ramen bijna uit de sponningen omdat buiten een vuurwerkbom ontploft. We wensen elkaar het beste, geven handjes en kusjes, maar dan is het nog lang niet voorbij. Het gaat nog dagen door: gelukkig Nieuwjaar? Deed ik maar een winterslaap.

Zoiets verzin je niet

31 dec 2009

Ik liep met mijn grote liefde door een beeldentuin in Florence en wees haar op de vele menselijke gedaanten die het zonder armen moesten stellen. “Kijk,” zei ik terwijl ik mijn onderarmen verborg achter mijn rug, “zonder armen,” met de bedoeling mijn punt te illustreren. Juist op dat moment kwam er een man aanlopen bij wie één arm was geamputeerd. Zoiets verzin je niet, dat gebeurt gewoon.

Zulke momenten vergeet ik nooit meer, maar ik voel me er niet schuldig over. De Italiaan zonder armen, die waarschijnlijk de mannequinpoppen in de etalages beu was en armloze beelden ging bekijken, dacht misschien dat ik hem belachelijk maakte. Het was zuiver toeval. Bedorven voelde ik me nadat ik werd betrapt terwijl ik daadwerkelijk iemand belachelijk maakte. Daarover kan ik soms nog steeds warm van schaamte worden; het is dan ook niet chique om een man die loopt alsof hij onder stroom staat na te apen.

Op de karmaweegschaal hoop ik dat die fout wordt weggecijferd door die keer dat mijn manager boos was op mij vanwege een spotprent die van hem was gemaakt, maar die feitelijk getekend was door een collega die zo onder de indruk was van de explosiviteit van onze manager dat het hem wel prettig leek als ik ervoor opdraaide. En ik ging niet wijzen naar anderen.

Ik hoop nu de leeftijd  te bereiken waarop ik dat soort missers handig omzeil, maar soms houd je het niet tegen, dan zit je op een terrasje in de stad en zie je een vrouw lopen met een belachelijke bloemetjesjurk. Je kunt haar niet ontzien en moet er iets van zeggen. Dan loopt ze recht naar je toe, niet omdat ze hoorde wat je zei, maar omdat haar man vlak achter je zit met een kopje café latte. Zoiets verzin je niet.

Arie weet het ook niet

30 dec 2009

Arie. Die naam alleen al. Het is toch pech als je Arie heet. De betekenis is dan wel Leeuw van God, maar had dan Leeuw van God geheten en niet Arie. Arie Boomsma heeft dan wel weer manen, dus gaat die vergelijking toch op? Of zijn het hair extensions, want op sommige foto’s is zijn haar kort, of weg.

Arie heeft dat wilde dat vrouwen leuk vinden, eigenlijk heeft hij een lijf en een kaaklijn die vrouwen leuk vinden. Hij heeft ook enorme gaten in zijn wangen en hij lacht heel lief. Maar die tatoeages, tja. Tweeslachtig is het allemaal wel. Is hij nou lief of stout? Meisjes staan in de rij om dat uit te vinden, maar één ging hen voor. Al tien jaar heeft hij een meisje: Kieu (sorry dat ik moet denken aan biljart). Niet dat het altijd even goed ging tussen die twee: ze zijn al een keer een jaar uit elkaar geweest.

Arie kondigde bij Tante Es aan te gaan trouwen met zijn grote liefde. Samen op de foto zijn ze een soort van John Lennon en Yoko Ono, alleen stellen ze hun Bed-In uit totdat ze getrouwd zijn. Ze mogen van mij in het guinnessbook of records voor het langste voorspel ooit. Veertig dagen zonder seks is er kinderspel bij. Het huwelijk is al in 2008 aangekondigd, maar is het er ooit gekomen?

Arie lijkt te willen zeggen: helaas, ook ik weet het niet.

Arie weet het niet

Rokjes

30 dec 2009

Martin Bril is overleden en samen met hem is ook het reglement van rokjesdag heengegaan, want ineens doet iedereen maar een dotje. Voorheen was er een dag in april waarop vrouwen collectief besloten een rok aan te trekken. Het is nu winter en een heleboel vrouwen dragen nog altijd een kort rokje. Niet dat ik het erg vind, maar het zien van menig vrouwenbeen bracht me ertoe na te denken over de rokjestheorie.

Het was me al eerder opgevallen dat er vrouwen zijn die wachten op koudere dagen, voordat ze zich laten zien in een korte rok. Dit verschijnsel hangt volgens mij samen met het ontharen van benen. Ik ontdekte pas laat in mijn leven dat vrouwen geen haar op hun benen hebben en dat menig exemplaar zichzelf moet scheren. Geloof me, dat was een openbaring voor mij, één uit de categorie Sinterklaas bestaat niet.

Waarom scheren vrouwen zichzelf eigenlijk? Omdat het niet mooi is om haar op je benen te hebben? Ik ben opgegroeid met gladde vrouwenbenen, dus ik beroep mij op gewenning. Als behaarde vrouwenbenen zie (vooral als de haren worden platgedrukt door een panty), dan krijg ik toch een wollig gevoel in mijn onderbuik. Als ik op fora de mening van vrouwen teruglees, blijkt dat zij het zelf in stand houden, onder andere omdat ze vinden dat het hygiënischer is. Hoe kijken die vrouwen dan tegen behaarde mannenbenen aan, vraag ik me af. Mag een man dan wel vies zijn?

In de zomer zie je blote benen onder rokjes en het kost veel vrouwen heel wat tijd om die benen in die staat te krijgen. Een rok met een donkere panty eronder is ook mooi en niemand ziet zo de stoppels. Begrijpelijk. Maar houdt die dunne, elastische stof de warmte echt zo goed vast als je het vergelijkt met mijn benen, die warm worden gehouden door een isolerend laagje krulhaar en ook nog eens zijn verpakt in een spijkerbroek?

Wat blijkt? Er bestaat zoiets als een thermo legging, een uitvinding om het gebrek aan lekker warm haar op het vrouwenbeen te compenseren. Geweldige dingen en helemaal niet fout, zoals de legging dat in de jaren negentig kon zijn, toen menig gevulde puddingbil verpakt werd door de legging. Het rokje zorgt er nu voor dat er wat te raden over blijft. En ze werken geweldig: thermo leggings. Als ik een vrouw ermee zie lopen, krijg ík het er zelfs warm van.

Bruce

30 dec 2009

Het einde van 2009 nadert en zoals elk jaar zijn er tradities. Op het werk luisteren we via de computer van een collega naar de Top2000. Het is de uitdaging om bij de eerste noten van een muziekstuk te raden wie de uitvoerende artiest is. Ineens hoor ik bekende pianotingels. Het is Badlands van Bruce Springsteen. Ik scoor een punt en krijg als bonus complimenten van een andere liefhebber van muziek van The Boss, omdat haar moment van herkenning er nog niet was.

1999. Mijn collega Gerd wil een openlucht concert van Bruce bijwonen, maar niet in ons land. Telkens als hij in een Nederlands stadion naar een optreden kijkt, regent het. Hij wil staan op het grasveld van Real Zaragoza, als de E-street band begint te spelen, maar zoekt nog een co-piloot die hem wil vergezellen tijdens de reis naar Spanje. Ik voel me vereerd. Het is op dat moment net uit met mijn grote liefde en ik doe wel meer gekke dingen om haar uit mijn gedachten te bannen. Waarom niet een weekendje afreizen naar Spanje?

Vrijdag 4 juni maken we onze werkdag vol tot vier uur in de middag, dan stappen we in de gloednieuwe Peugeot 206 van Gerd, we zijn dan al in Maastricht. Ik trap het gaspedaal in en breng ons voorbij de Boulevard Périphérique. We draaien muziek van Rowwen Hèze (Jos ‘Boer zoekt Vrouw’ Sloot kwam me al bekend voor, maar die lijkt gewoon op Jack Poels), vooral het nummer van d’n Heilige Anthonius (beter verliezen dan dat je het nooit hebt gehad) deed het goed bij mij en kan ik iedereen aanbevelen die liefdesverdriet heeft.

Gerd neemt het grootste gedeelte van Frankrijk voor zijn rekening. Ik mag me inzetten om de grens met Spanje te bereiken. Midden in de nacht vallen de Pyreneeën best wel mee. Als de ochtend aanbreekt is het mijn beurt om te rusten. Als ik weer wakker word zie ik zandvlakten waarop sporadisch een zuiders ogende boom groeit. Een uur later bereiken we  Zaragoza. We besluiten een paar uurtjes te slapen in een hotel, maar moeten rond het middaguur op pad omdat we nog geen kaartjes hebben voor het concert.

Alles zit mee. We bemachtigen toegangsbewijzen en spenderen een heerlijke zomerse middag in het prachtige Zaragoza. Dan is het tijd voor The Hardest Working Man in Showbusiness. Hij heeft er zin in en geeft een prachtige show weg. En dan, halverwege het concert, vallen er druppels. Gerd kan er niet om lachen, zeker als ik er wel de humor van inzie. “Het geeft niet, het is hier fantastisch!” schreeuw ik. Rondom mij dansen egaal gebruinde Spaanse meisjes. Wat zijn ze mooi. Ik denk bijna niet meer aan mijn ex.

De volgende ochtend vormen de vijf glazen wodkajus een uitgeharde kubus van pijn in mijn hoofd. Gerd was onder de invloed van alcohol moeilijk over te halen terug naar het hotel te gaan. Hij kan er slecht tegen omdat zijn lever niet goed werkt. Voordeel voor hem is dat hij geen kater heeft. Nadeel is dat hij na een korte nachtrust nog altijd aangeschoten is en dat hij een groot aantal van de 1500 kilometers die we te gaan hebben toch zal moeten rijden.

Als ik de deur van de hotelkamer achter me dichttrek zie ik nog net dat er maar één bed beslapen uitziet. Gerd slaapt niet graag onder de lakens van een hotel en heeft een slaapzak bij zich. Pas als de hoofdpijn wegtrekt en we over de wegen van Frankrijk suizen zie ik de humor ervan in. Wat zullen ze van ons denken, daar in  Zaragoza?

In de vroege ochtend van maandag zet Gerd mij af bij mijn appartement. Het heeft bijna geen zin om te gaan slapen, maar ik kan niet meer, ben helemaal opgebrand. Al na drie uur gaat de wekker. Het lukt me om op te staan omdat ik, ondanks mijn vermoeidheid, me verheug op de werkdag. Ik lach van de voorpret als ik me inbeeld wat ik ga antwoorden als ze me vragen wat ik dat weekend heb gedaan.

Babypitstop

28 dec 2009

De Efteling. Het Witte Paard. Twee ligkussens die worden bezet door baby’s. Rechts een moeder met kirrende babydochter. Links een zwetende vader met chagrijnig zeurende babyzoon. Er staan drie ouders in de wachtrij, waaronder ik, allemaal met een kind op de heup dat is verpakt in een volle luier. Het is een explosie van poeparoma. Op dit soort momenten kan ik mijzelf er beter niet aan herinneren dat ons reukorgaan werkt met stofjes uit de lucht, die we inademen.

De moeder rechts is klaar, het is al de tweede die de prutsende vader rechts inhaalt. Hij is bezig met het ombinden van een nieuwe luier rondom de billen van zijn nageslacht welke aldoor trappelt met diens beentjes. Is het misschien een uitleenbaby, want de man neemt er wel de tijd voor. Achter mij halen moeders hun neus op. Ik kijk achterom, recht in de ogen van een paar moederogen die lijken te zeggen: jij bent er ook één van dat geslacht. Ik geef grif toe: de wachtrij van de Python gaat sneller, maar daar kan ik ook niets aan doen.

Opnieuw is een moeder klaar. Ik gooi mijn dochter op het aankleedkussen en kijk opzij. Twee vaders aan het werk; mijn luierverschonende collega is bezig sokjes aan te trekken. Wat een prutser. Bij het verschonen van een baby laat je zoveel mogelijk kleding aan. Ik zal de dames eens laten zien dat niet alle vaders klunzen zijn als het luiers betreft en begin aan een pitstop waar Guido van Cars nog een puntje aan kan zuigen. Flop: broek omlaag. Rats, rats: plakbandjes los. Flap: het gewicht van de lading trekt de luier los van de billen. Poetserdepoets: glimmende billen. Klabam: luier in de luieremmer. Ik pak de schone luier, leg die onder de billen van dochterlief die al bezig blijkt met een grote plas over haar onderbroek en spijkerbroek. Nu worden ook de luier en mijn rechterhand nat.

Terwijl ik schone kleren uit de verschoontas vis, tilt links van mij de vader zijn dreinende zoon op. De mevrouw met de priemende ogen is nu aan de beurt. Ze legt haar kind op het aankleedkussen en kijkt naar mij met een veelzeggende blik die zoveel zegt als: “Geef het toch op, het zit niet in je genen.” Gelukkig is ze snel weg, als ik eindelijk bezig ben met het aantrekken van sokjes.

Twee setjes ondergoed en een chagrijnige vent

28 dec 2009

Blij en opgetogen betraden wij het warenhuis. Onze bestemming was de eerste verdieping. Daar troffen we onderbroeken, slipjes, tanga’s en bustehouders aan. Persoonlijk geef ik voorkeur aan de ligamenten van Cooper als omhooghouder van de borst, of mijn eigen handen, maar mijn wederhelft wilde op zoek naar een sierlijk exemplaar, want een beha moet naast functioneel, zeker ook sierlijk zijn. Ik zag er honderden hangen, met lovertjes, bloemetjes, stikseltjes, hartjes of simpele stippen. Persoonlijk heb ik ze het liefst doorzichtig, of met de afdruk van een blote borst erop.

Ik voel me niet in mijn element als ik wordt omgeven door lingerie. Geef mij maar de bouwmarkt, daar kan ik uren kijken, bestuderen en bevoelen. Vrouwen hebben dat met ondergoed. De zoektocht naar een goede beha kan dagdelen in beslag nemen. Het begint met het bepalen van de cupmaat, waarvan ik ooit dacht dat het exacte wetenschap was, maar wat eerder lijkt op giswerk. De borst zelf maakt het de vrouw al moeilijk door de constante fluctuatie in vorm en grootte; daarnaast is er de leverancier die ook een eigen interpretatie geeft aan de cijfers en letters die tezamen een idee moeten geven van wat zit als gegoten.

Het passen van lingerie is een heel gedoe met getrek, geschud, gewrik en gepluk. Verschijnen er geen kuiltjes in de schouders, wordt de cup goed gevuld, prikt de beugel niet in het vlees? Dan dient de vrouw diep voorover te bukken of enkele keren te springen om te zien of de borsten blijven zitten. Ook onderbroeken moeten worden gepast. Er zit voor dat doeleinde een raar stukje plastic in, voor de hygiëne. Het is toch een vies gevoel als je dat eruit moet trekken, want hoeveel lippen hebben ooit vastgekleefd gezeten aan dat velletje? Er zullen best fetisjisten zijn die een verzameling aanleggen van die dingen. Mijn vrouw past nieuwe slipjes met haar onderbroek aan, dat hoef ik dan ook weer niet te zien.

Ik geef toe dat mijn frustratie met vrouwenlingerie deels wordt gedreven door jaloezie. Winkels die draaien op de verkoop van mannenondergoed zijn een schaarste. Als man koop ik een bundeltje onderbroeken bij de Hema, maat L, zit als gegoten, klaar! Vijf minuten, inclusief afrekenen: beep, over de scanner en we staan buiten. In het warenhuis stonden we vijftien minuten te wachten voor de kassa. Een kittig typje met een gehaarlakte knot stond elk onderbroekje op te vouwen, om ze vervolgens in een veel te grote plastic tas te gooien. Ik had vooraf kunnen weten dat het lang ging duren. Een meisje dat zoveel tijd besteed aan een kapsel dat niemand kan bekoren, is waarschijnlijk ook erg kundig in het verdoen van je tijd.

Twee uur nadat we het warenhuis betraden, liep mijn vrouw naar buiten met twee setjes ondergoed en een chagrijnige vent.

Haar? Waar?

25 dec 2009

Eens, in een ver verleden, toen een kilobyte nog heel wat voorstelde, een encyclopedie op papier nog zin had, muziek nog op vinyl stond en een telefoon niet in je broekzak paste, had ik schattig krulhaar, net zoals mijn zoon had gedurende de eerste drie jaren van zijn bestaan. Ook bij hem verdween de koddige bos krullen na zijn vierde verjaardag.

In de tijd dat de walkman nog het formaat had van een gemiddelde damestas en je computerspelletjes zoals Pacman alleen speelde op de kermis op reusachtige, zwarte koelkasten met een bolle monitor, droeg ik een matje in mijn nek. Erg fout en zo jaren tachtig als een auto met gele koplampen.

Tijdens de opkomst van het Internet, negeerde ik dat medium volkomen om mij te richten op de kunstacademie. Ik liet mijn haar groeien tot op mijn schouders en iets van de vroegere krul liet zich opnieuw zien door de slag in mijn haar. Sporadisch werd ik aangesproken als mevrouw, zelfs als mensen me in het gezicht aankeken. De schaar ging erin. Mijn haar toonde zich verslagen en trok zich terug, iets teveel naar mijn zin.

Gelukkig heb ik mijn vrouw nog kunnen trouwen met haar op mijn hoofd, al hoorden aanwezigen mijn moeder tijdens de huwelijksvoltrekking een tikkeltje te hard zeggen dat ik de kaalheid van mijn vader al had overtroffen.  Ik heb een dik boek met foto’s waarop ik haar heb, die ik mijn kinderen later kan tonen, als ze niet meer kunnen geloven dat er ooit iets op mijn kruin groeide.

Soms vraagt iemand mij of ik het erg vind om weinig hoofdhaar te hebben. Ik begrijp waarom die vraag wordt gesteld, want voor bijna iedereen is het haar een constante bron van zorg, frustratie en ergernis. Mensen met stijl haar kopen een krultang en mensen met krullen willen het stijl. Ik heb bijna alles gehad: krullen, stijl, lang, kort en nu ik ben belandt in het eindstadium van mijn haar kan ik eerlijk zeggen: het is goed geweest, ik heb er vrede mee.

Mannen met borsten

25 dec 2009

Ik ben liefhebber van borsten, maar niet zo erg dat ik er zelf één wil hebben. Borstvorming bij jongens heet gynaecomastie, een woord dat mij doet denken aan gymnastiek. Ongeveer de helft van jongens tussen de tien en vijftien jaar krijgt ermee te maken. Heb je geluk, dan zwelt alleen de tepel op. Heb je pech, zoals ik, dan ontwikkelt zich klierweefsel in de borst. Ik dacht er het ergste van, maar de dokter nam mijn angst voor kanker weg. Hij beloofde dat als de oorlog der hormonen voorbij zou zijn, mijn borst zou verdwijnen.

Helaas kreeg mijn huisarts geen gelijk. Sporadisch blijven jongensborsten zitten en ik had die pech met mijn monotiet, want een broertje heeft hij nooit gekregen. Als het een tweeling was geweest, had ik er nog iets van kunnen maken. Ik had kunnen gaan bodybuilden, om zo de indruk te wekken dat ze er hoorden te zitten. Mijn linkerborst was gewoon plat, alleen rechts zat dat ellendige schijfje.

Dat de groei van borsten van grote invloed is op de psyche van de vrouw heb ik zelf kunnen ondervinden. Mijn borst liet mij rare dingen doen, zoals mijn lijf verbergen in het zwembad: al was het water maar vijftig centimeter diep, Werner stond er tot zijn nek toe in. Droeg ik een tas, dan hing de draagband over mijn tiet en ik weet dus uit ervaring dat het pijn doet als je hard drukt tegen een borst.

Na de komst van onze kindjes bezocht ik na een lange pauze weer regelmatig het zwembad. Zonder erbij na te denken verstopte ik mijn lijf in het water. Rondom mij zag ik buiken, want heel diep was het badje niet. Ik ging staan en voelde me zoals een pubermeisje dat haar bikinitopje in een duik is kwijtgeraakt zich moet voelen.

Ik besloot het gevecht met mijn tietentrauma aan te gaan en stapte naar de dokter, die me meteen doorverwees. Een half jaar later stond de operatie op de kalender. Een sympathieke plastisch chirurg met een eigen stel borsten, probeerde de borst met liposuctie uit mij te zuigen, maar het weefsel liet zich niet op die manier verwijderen. Het werd in haar woorden een erg bloederige operatie, ze stapte over op het ouderwetse slachtwerk. Maar succesvol was het wel, want mijn borst is weg.

Nog bijna elke dag ben ik blij dat de bobbel weg is en verbaas ik mij over het effect ervan op mijn psyche. Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen, ben vijf kilo afgevallen en kan veel meer van seks genieten. Toch is er verder niet veel veranderd. Vrienden die ik vertel over de operatie reageren soms erg verbaasd: “Had jij een tiet? Daar heb ik nooit iets van gezien.”

Het hebben van borsten laat ik graag aan vrouwen over, het zijn ondingen, totaal niet praktisch bij het sporten, ze trekken op de meest ongepaste momenten de aandacht van je weg en ze gaan vooral heel erg in je hoofd zitten. Ik hoef ze niet; ik heb het veel liever als een ander ze heeft.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.