Mijn naam is een domein

06 okt 2010

Lieve bezoekers van deze site, vanaf nu kunt u mij bezoeken op www.wernervanlooy.nl. Mocht je ervoor gekozen hebben om via e-mail op de hoogte te worden gehouden over wijzigingen op deze site, doe dat dan alsjeblieft even opnieuw op de nieuwe site.


Werner trekt er een sok omheen

27 sep 2010

Zou de moderne wereld er aan kunnen wennen als vrouwen plotsklaps hun beenhaar weer zouden laten groeien? Als ik daarover hardop fantaseer, dan zijn het veelal vrouwen die meteen ageren. Haar op een vrouwenbeen, dat moeten we allemaal erg vies vinden en dat terwijl het merendeel van de vrouwen juist liefhebber is van haar op benen, zolang het maar die van een man zijn.

Haar op het been lijkt daarmee te worden gezien als een ultiem symbool voor mannelijkheid, terwijl dat in werkelijkheid juist de kale kop is, weten wij kale mannen maar al te goed: mannen zonder manen zijn pas mannen.

Dit is een blog voor het online magazine whoopsiedaisy.nl, klik hier voor het complete artikel


Werner rukt de haren uit zijn been

27 sep 2010

Vrijdagavond. Vrouwlief en ik zijn allebei thuis. Ik vraag: ‘Wat wil je vanavond gaan doen?’ met in het achterhoofd om samen een leuke film te gaan bekijken. Biertje voor mij. Rosé voor haar. Geen actie of horror, want dan kruipt ze in bed weliswaar dicht tegen mij aan, maar het wordt altijd heel wat aangenamer na afloop van de film als het een romantische komedie was.

‘Ik wilde eigenlijk mijn benen epileren,’ zegt mijn vrouw.

Jammer. Denk ik. Geen film, ook niet voor mij, want dat epileerapparaat maakt een enorme herrie. Maar voor wat betreft de gladde benen kan het programma voor de late avond nog worden aangehouden.

‘Wat ga jij doen?’ vraagt ze aan mij.

Ik zeg dat ik iets ga schrijven voor Whoopsie Daisy en denk er in eerste instantie aan om iets te gaan tikken over mascara, maar dan doet mijn hoofd iets wat ik meteen daarna heel graag wil vergeten. Blijkbaar doet het hoofd van mijn vrouw iets soortgelijks, want ik zie haar ogen oplichten. ‘Je zal er toch een keer aan moeten geloven,’ zegt ze. En dat is waar.

Dit is een blog voor het online magazine whoopsiedaisy.nl, klik hier voor het complete artikel


Werner en de string

27 sep 2010

De string. Waarom is er geen Nederlands woord voor zo’n onding? Hebben de mensen van het woordenboek besloten dat er te weinig stof aan zit om het iets te kunnen noemen? Of was reetveter de officiële naam, maar wilde niemand dat geloven omdat het zo denigrerend klinkt? String betekent ook maar gewoon draadje hoor. Je kunt wel wat verzinnen, maar het klinkt ook meteen zo flauw: een touwflapje, een gordeltouwtje? De string is gewoon zo’n frutding dat je het niet eens een fatsoenlijke naam kunt geven.

Touwtjes
Vrouwen dragen de string met als voornaamste reden dat je het ding niet kunt zien zitten onder andere kleding. Ik zeg: waarom draag je zo’n ding dan eigenlijk? Je kunt net zo goed niets dragen, dan heb je ook geen last van katoenen vezels die je poepsiedaisy opruwen. En het probleem dat de touwtjes boven je heupbroek uitkomen speelt dan ook niet meer, ook al zou dat jammer zijn voor ons mannen, want het zijn vooral vrouwen die zich ergeren aan zichtbare onderbroeken. Wij mannen vinden het een leuk gezicht, die touwtjes. Volgens mij wist Marlies Dekkers dat en zorgde de touwtjes van de string voor de inspiratie voor haar bekende bustekoordjes.

Dit is een blog voor het online magazine whoopsiedaisy.nl, klik hier voor het complete artikel


Werner en de tampon

27 sep 2010

Vanaf vandaag zal ik wekelijks een stukje schrijven voor Whoopsiedaisy.nl. Ik zal mijn mannelijke visie geven op de producten die vrouwen kopen en op mijn vraag: ‘Wie weet welk product dat is bedoeld voor vrouwen ik eens zou moeten uittesten,’ antwoordden twee vrouwen al binnen de tijd die je nodig hebt om in te ademen: tampons.

Sleutelhanger
Nu voel ik persoonlijk meer voor maandverband. Ik heb namelijk een probleem met tampons. Het lichaamsonderdeel dat ik nodig heb voor het testen van de tampon ontbreekt in mijn anatomie. Ik kan wel een tampon in mijn poeperd steken, dat is dolkomisch geef ik toe, maar vrouwen doen dat zelf ook niet. Maar om dan het hele tampongebeuren af te schieten en voor maandverband te gaan, dat vond ik ook wat zwak. Dus zocht ik naar een andere manier om de zuigstaafsleutelhangers te testen.

‘Sla me eens hard tegen mijn neus,’ zei ik tegen vrouwlief.

‘Zeg, ik ben je echtgenote, niet je vechtgenote,’ zei ze. ‘Waarom zou ik je moeten slaan?’

‘Ik ga tampons testen zoals boksers dat doen, dus heb ik een bloedneus nodig. Mep maar. Wel goed richten. Aan een bloedlip heb ik niets.’

Dit is een blog voor het online magazine whoopsiedaisy.nl, klik hier voor het complete artikel


Een onvergetelijke kerst

20 apr 2010

Vandaag lag er een envelop van TNT-Post op de deurmat met het heuglijke bericht dat ik de schrijfwedstrijd ‘Een onvergetelijke kerst’ had gewonnen. Hier het verhaal (het cursief gedrukte gedeelte is van de meester Tommy Wieringa zelf):

Mijn vader hield niet van verrassingen. Dit had hij zich onvoldoende gerealiseerd toen hij mijn moeder trouwde. Waar hij zich ook geen rekenschap van had gegeven, is dat zij niet alleen zou blijven. Zo zou zij hem vier kinderen baren, waarvan er drie sterk op haar leken, zodat hij zich thuis in een spiegelzaal bevond waar hem vanuit alle hoeken en gaten afspiegelingen van zijn echtgenote naderden. Ikzelf leek op geen van beiden, niet de geringste overeenkomst – een wonderlijke speling van de natuur, blank ei in een gespikkeld nest. Toen ik daar de leeftijd voor had, ben ik in de sociale omgeving van mijn ouders gaan speuren naar volwassenen met wie ik mogelijk enige gelijkenis vertoonde, een gewoonte waarmee ik ook naarmate het leven voortschreed nooit helemaal heb kunnen breken.
Een volgende verrassing die het huwelijk mijn vader bezorgde, was mijn oom Sal. Hij was mijn moeders broer, die twee waren erg op elkaar gesteld. Soms zagen we hem jaren niet, totdat hij opeens weer opdook, de Bonte Prins van Twiifelachtige Levenswandel, zoals mijn vader hem noemde. Toen mijn oom Sal op een winterdag het pad opreed in een gehuurde bestelbus met donkere ruiten, heb ik mijn vaders feestelijke kerststemming zien barsten als een autoruit.

Oom Sal begroette ons met het enthousiasme van een speelse hond. Hij sloeg mijn vader amicaal op de schouders en negeerde hem verder volkomen, iets dat gezien hun moeizame relatie ook de beste keuze was. “Je prikt,” riep mijn moeder terwijl haar wangen werden gekust. Vervolgens riep oom Sal ons bij zich. Hij knielde neer en omhelsde me. De haren van het bont kriebelden in mijn neus. De jas stonk naar een hond die in de regen heeft gelopen. “Je wordt groter en die deuk in je kin ook,” sprak hij met de breekbare stem van iemand die lang niet heeft gesproken.

“Heb je cadeaus meegenomen?” vroeg mijn jongste zus.

Oom Sal grinnikte. “Ik heb alles bij me.” Dat bleek niet gelogen. Het bestelbusje was gevuld met al zijn bezittingen.

In de huiskamer knetterde het haardvuur. Mijn vader sprak geen woord, maar ik zag zijn lippen langzaam versmallen tot dunne lijnen terwijl mijn oom verklaarde uit huis te zijn gezet door zijn huisbaas. Mijn moeder luisterde gelaten terwijl Oom Sal vertelde dat hij aan de grond zat. “Waarschijnlijk voor korte duur. Een week, hooguit twee weken. Ik verwacht elk moment bericht van Ravensburger, voor de afname van digitale dobbelstenen.” Oom Sal had patent aangevraagd en gekregen voor zijn uitvinding: een elektronische dobbelsteen die verwerkt kon worden in bordspelen en bij de druk op een knop een willekeurig nummer tussen één en zes toonde op een lichtgroen venster. “Het zal een revolutie betekenen voor het mens-erger-je-niet-spel! Met het voorschot kan ik de huur voor een huisje opbrengen. Mag ik totdat het goede nieuws komt hier overnachten?”

“Gaan jullie even boven spelen,” sprak mijn moeder tot ons. Als een zwaan die haar jong naar het water loodst, stuurde ze ons de trap op. Ik wilde blijven en voelde de opwinding die ik ook voelde als ik buiten op de veranda bleef kijken naar uit elkaar spattende bliksemschichten tijdens een zomerse bui waarvoor je beter schuilen kan. Nu moest ik het aanzwellende donderen vanaf mijn zolderkamer horen, zonder er één woord van te verstaan.

Mijn vader verscheen in de deuropening van mijn kamer. “We gaan wat plaats vrijmaken voor de spullen van jouw oom,” sprak hij met de ingetogen stem van iemand die is verslagen, maar met de felheid in zijn ogen van iemand die inwendig nog strijd levert. “Hij mag slapen op de logeerkamer. De bestelbus moet terug en alleen hier is genoeg ruimte voor al zijn troep, mits we wat van jouw spullen verplaatsen.” Plichtsgetrouw hielp ik mee mijn bed te verplaatsen. We verschoven mijn bureau en maakten met enkele verhuisbewegingen de helft van de zolder vrij. Ik voelde op geen enkel moment de aandrang om mij te verzetten omdat ik nieuwsgierig was naar wat mijn oom aan spullen bij zich had.

Oom Sal kwam mijn kamer inlopen met de eerste doos, gevolgd door mijn moeder die de starre blik van mijn vader negeerde en haar hoofd wegdraaide van mij, al had ik haar rooddoorlopen ogen gezien. Ik liep achter mijn vader aan en hielp bij het legen van de bestelbus.

“Hoe kan ik hier terugkomen als ik de bestelbus terug heb gebracht?” vroeg mijn oom.

“Niet,” hoorde ik mijn vader zeggen, zo zacht dat alleen ik het verstond omdat ik dichtbij stond. Mijn oom vroeg hem om de woorden te herhalen omdat hij het niet had gehoord. “Neem de bus maar,” maakte mijn vader ervan.

“Dan moet hij nog tien kilometer door de kou lopen,” protesteerde zijn vrouw. “Toe, rijd achter hem aan.” Mijn vader stak haar de autosleutels toe, alsof hij een stoot uit wilde delen.  Ik voelde zijn grote hand op mijn rug en samen liepen we terug naar binnen, waar hij de drankkast openmaakte. Ik beklom snel de trappen naar mijn zolderkamer, die nu voor de helft was gevuld met de schatten van mijn oom, verborgen in kartonnen dozen van uiteenlopende grootte. De eerste doos die ik opende bevatte de proefmodellen van de elektronische dobbelsteen, een uitvinding die mijn vader als nutteloze troep afdeed. De foto’s waarvan ik hoopte dat ik ze aan zou treffen, vond ik in de vierde doos. Bovenop lagen lijsten met achter het glas gezichten waarin ik geen gelijkenis met mijzelf zag. Ik verplaatste dozen en schrok van het plotselinge geluid van vernieling. In paniek greep ik in het gebroken glas. Bloed liep als een rode worm over de zwart-wit foto.

Drie gillende meiden gingen me voor. Vaders gezicht was bleek van schrik. “Vanwaar al die herrie?” Hij zag me bovenaan de trap staan. Ik klemde mijn bloedende hand af met mijn andere hand. Ik voelde mijn lichaam langzaam naar voren hellen en had er verrassend weinig controle over. Vader was snel boven en zijn armen weerhielden mij ervan naar beneden te vallen. Hij droeg me van de trap af. Ik herinner me dat hij een fles van zijn drank leeggoot over mijn hand en dat ik kermde van de pijn. Hij drukte de wond dicht met een handdoek en vloekte omdat er geen auto was. Het ergste vond ik het om te horen dat hij niet goed wist wat hij moest doen. Ik zag de doek rood kleuren met mijn bloed en zakte weer weg in het allesverzengende donker.

De rit met de ambulance heb ik niet bewust meegemaakt. Ik werd wakker in een ziekenhuisbed met bezorgde gezichten die als ballonnen hoog boven mij zweefden. Ik was blij dat er niet werd gesproken over de spullen van mijn oom, waarop mijn bloed zat als bewijs dat ik tussen zijn spullen had zitten neuzen. Hij was er niet bij in het ziekenhuis, ik zag hem pas de volgende dag en zou hem niet herkend hebben, als hij me niet amicaal had toegesproken met zijn herkenbare stem. Mijn moeder had hem ertoe overgehaald zijn baard af te scheren.

“Hoeveel hechtingen?”

“Acht.”

“Ik ben ook gewond,” zei hij met een brede grijns, wijzend op de snijwondjes op zijn kin. Hij drukte zijn wijsvinger in mijn kuiltje en ik duwde mijn wijsvinger in die van hem.


Bloggen voor de Viva

07 apr 2010

Lieve bezoeker van mijn blogsite. Het komende jaar zal ik hier niet zijn, maar op de website van viva.nl. Je bent van harte uitgenodigd om me daar te volgen. Hier vind je al mijn blogs in een ordelijk rijtje: http://www.viva.nl/category/werner.


Soms doen de grappen het niet

16 mrt 2010

Enkele vrijdagen geleden bevond ik mij voor een uiterst prettig publiek van ongeveer twaalf erg gezellige kleuters. Kinderen van vijf zijn leuke mensen, jammer dat ze niet zo kunnen blijven, want het zouden bijzonder prettige volwassenen zijn. Helaas worden er op een bepaald moment een enorme hoeveelheid hormonen in zo’n lijfje bevrijd en dan is het kwaad geschied: dan worden het irritante pubers en daarvan zullen er velen nooit meer geheel herstellen.

De kinderen kwamen net terug van de gymzaal. Het was te slecht weer om buiten te spelen. Binnen was het echter tropisch. De vloerverwarming deed te fanatiek zijn best en de leverancier had de tip gegeven om dan maar de radiatoren helemaal open te zetten. Het was inmiddels vierentwintig graden binnen en de vloerverwarming sloeg nog niet af. De kindjes hadden rode koontjes en sommigen klaagden over hoofdpijn.

“Ga maar tegen de directeur zeggen,” zei de juffrouw, die ook last had van vervroegde opvliegers. Vijf minuten later kwam het kindje terug. “Heb je het al gezegd?” vroeg de juffrouw. Het kindje knikte. “De directeur zei dat de mensen van de verwarming er zo zijn.” Ik grapte: “Misschien kun je nog even terug naar de directeur gaan, om te vragen of de mensen van de airco ook meteen kunnen komen.” Het meisje keek me onderzoekend aan en vroeg: “Wat is een airco?”

Ik mocht deze kinderen voorlezen uit een boek dat ik onlangs leende bij de bibliotheek: vrolijke verhaaltjes voor het slapengaan van Marianne Busser en Ron Schröder. Topper! In het verhaal dat ik had uitgekozen gingen Koning Bobbel en zijn Koningin timmeren. Ze timmerden alle deuren dicht en konden uiteindelijk niet naar binnen om pannenkoeken te gaan eten.

Ik vroeg de kinderen of zij ook weleens timmerden. Gelukkig antwoordde een heel stel van wel. Mijn volgende vraag was of ze dan ook wel eens op hun vinger hadden geslagen. Ook dat was menige koter overkomen.

Eén van de babbelkonten vertelde dat er een spijker was meegewassen in de wasmachine. “Toch wel bij de spijkerbroeken, hoop ik,” vroeg ik, maar dat grapje ging geheel aan haar voorbij. Ze keek me aan met een blik van: wat probeer je nou eigenlijk te zeggen, maar ging gelukkig alsnog door met haar verhaal. Het volgende wat ze me vertelde was dat de schroef in haar moeders vinger had geprikt, toen zij de was uit de machine haalde. “Dan is door het draaien van de wasmachine die spijker een schroef geworden,” grapte ik. Ze keek me niet begrijpend aan.

Gelukkig werd er om de verhalen van Marianne Busser en Ron Schröder wel gelachen.


Welkom op mijn privé blog

15 mrt 2010

Hoi, welkom op mijn privé blog. De afgelopen vier weken is het hier saai geweest. Misschien blijft dat zo als jullie op mij stemmen (stuur een e-mail naar actie@viva.nl met als onderwerp ‘webstrijd’, noteer de naam van je favoriete blogger en motiveer je keuze). Als ik niet genoeg stemmen krijg, hoop ik een aantal van jullie hier terug te zien.


Tijdelijke verhuizing

15 feb 2010

De komende maand zal het hier rustig blijven, maar dat wil niet zeggen dat ik helemaal niet blog. Vanaf vandaag tot 12 maart zijn mijn blogs te lezen op de website van de Viva. (Doet nu een vreugdedansje dat gelukkig niemand kan zien).


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.